De renovatieopgave in België is groot. Woningen en gebouwen moeten energiezuiniger, duurzamer en klaar voor de toekomst worden. Maar bovenal moeten ze gezond en comfortabel zijn voor de mensen die er dagelijks wonen en werken.
En juist daar gaat het in de praktijk nog te vaak mis.
Bij renovatieprojecten ligt de focus regelmatig op financiële kengetallen zoals investeringskosten en enkelvoudige terugverdientijden, vaak onderbouwd met rekenmethodieken als Vabi. Begrijpelijk, maar onvoldoende.
Renovatie is geen abstract spreadsheetvraagstuk, het is een ingreep in de leef- en werkomgeving van mensen, binnen een steeds veranderend beleidslandschap. Dat vraagt om andere keuzes.


Wie in de supermarkt uitsluitend het goedkoopste product kiest, lijkt rationeel bezig. De rekening aan de kassa is laag en het voordeel is direct zichtbaar.
Toch weet iedereen dat zo’n manier van kiezen voorbijgaat aan voedingswaarde, gezondheid en kwaliteit. De echte kosten volgen later, in verminderde vitaliteit en hogere maatschappelijke uitgaven.
In renovaties zien we een vergelijkbaar mechanisme. Installatietechnische keuzes worden vaak primair beoordeeld op korte terugverdientijden. Daarmee wordt feitelijk gekozen voor het “goedkoopste product in het schap”.
Het gebouw voldoet op papier, maar ondersteunt de gebruiker onvoldoende. Met name het binnenklimaat. Ventilatie, luchtkwaliteit, thermisch comfort en geluid krijgt daarbij structureel te weinig aandacht.
Rekenmethodieken zoals Vabi zijn waardevol voor het vergelijken van energieprestaties, investeringen en exploitatiekosten. Maar als beslisinstrument voor gezondheid, comfort en toekomstbestendigheid schieten ze tekort.
Deze aspecten laten zich slechts beperkt vertalen naar euro’s en verdwijnen daardoor te gemakkelijk uit de besluitvorming.
Het gevolg? Installatieconcepten worden teruggebracht tot een minimaal niveau, terwijl juist hier de grootste meerwaarde voor bewoners en gebruikers ligt.
Een gezonde renovatie vraagt daarom om een verschuiving: van een puur financiële benadering naar een prestatie- en kwaliteitsgerichte aanpak. Dit met duidelijke standaard- en streefwaarden voor het binnenklimaat als uitgangspunt.

Daar komt bij dat renovaties plaatsvinden in een periode van beleidsmatige onzekerheid. Veel gemeentelijke warmteprogramma’s zijn nog in ontwikkeling. In veel wijken is nog onduidelijk of de toekomst ligt bij individuele warmtepompen, een laagtemperatuur- (LT) of middentemperatuur- (MT) warmtenet.
Deze onzekerheid vraagt om robuuste keuzes. Oplossingen die niet afhankelijk zijn van één specifieke toekomstvisie, maar flexibel inzetbaar blijven. Juist hier biedt een focus op kwaliteit en binnenklimaat een sterk fundament. Door de warmtevraag structureel te verlagen (bijvoorbeeld met hoogwaardige ventilatie met warmteterugwinning) wordt een gebouw minder gevoelig voor de uiteindelijke warmtebron of het temperatuurregime. Dat vergroot de inpasbaarheid in toekomstige warmtenetten en biedt flexibiliteit op wijkniveau.
Sturen op minimale investeringskosten is in deze context vooral een kortetermijnstrategie.


Zehnder kiest bewust voor een andere benadering. Niet als leverancier van losse producten, maar als kennispartner op het gebied van het binnenklimaat. Wij denken integraal: gezondheid, comfort en energieprestatie worden in samenhang ontworpen, los van de uiteindelijke warmtevoorziening.
WTW-concepten zoals ComfoVar Aero, Overflow Technology en WHR Out of the Box maken het mogelijk om renovaties flexibel en toekomstbestendig in te vullen. Deze oplossingen zijn ontworpen vanuit het gebruik van het gebouw. Ze zorgen voor:
En dat alles zonder concessies aan geluidsniveau of gebruiksgemak. Daardoor sluiten ze zowel aan bij individuele verwarmingsoplossingen als bij LT- en MT-warmtenetten.
Door deze concepten te toetsen aan expliciete standaard- en streefwaarden voor het binnenklimaat ontstaat een objectief kwaliteitskader. Kwaliteit wordt daarmee aantoonbaar, meetbaar en onafhankelijk van wisselende beleidskeuzes.
Binnen deze benadering verschuift de rol van Zehnder. Van productleverancier naar inhoudelijk regisseur van het binnenklimaat. Wij helpen opdrachtgevers, adviseurs en ontwerpteams om voorbij de vraag “wat kost het?” te kijken en het gesprek te voeren over “wat heeft dit gebouw nu nodig, én in de toekomst?”.
Door installatieconcepten te vertalen naar hun effect op gezondheid, comfort, warmtevraag en flexibiliteit, maken we zichtbaar wat in financiële modellen vaak onderbelicht blijft. Terugverdientijden blijven relevant, maar zijn niet langer leidend. Ze vormen één van meerdere afwegingscriteria binnen een breder kwaliteitskader.


Net zoals gezond en voedzaam eten geen luxe is, maar een basisvoorwaarde, zouden gezondheid en comfort dat ook moeten zijn bij renovatie.
Een goed ontworpen WTW-concept draagt aantoonbaar bij aan een beter binnenklimaat, minder klachten en hogere gebruikerstevredenheid.
Tegelijkertijd verlaagt het de warmtevraag, en dit is een cruciale randvoorwaarde voor alle toekomstige warmtesystemen.
Renovatie is geen zoektocht naar het goedkoopste scenario, maar een kwaliteitsopgave met impact op mensen, gebouwen en de wijk als geheel. Succesvolle WTW-concepten onderscheiden zich doordat zij gezondheid en comfort borgen, de warmtevraag drastisch verlagen en gebouwen robuust voorbereiden op zowel LT- als MT-verwarming. Dit via een warmtepomp of een collectief warmtenet, ongeacht de uiteindelijke wijkkeuze.
Zeker in een periode van onzekerheid over de warmtetransitie is sturen op standaard- en streefwaarden voor het binnenklimaat de meest verstandige keuze.
Zehnder ondersteunt opdrachtgevers daarbij met integrale binnenklimaatoplossingen én deskundig advies. Financiële modellen ondersteunen de besluitvorming, maar mogen deze niet domineren.
Gezondheid, comfort en flexibiliteit horen het vertrekpunt te zijn. En dus niet het goedkoopste product.
Rutger Naber – Adviseur Zehnder Group
2026